Dag 2

Ik heb in geen tijden zo lekker geslapen. Het is hier ook doodstil en pikdonker. In de ochtend wordt de stilte alleen verbroken door het geklingel van de schapen van de buurman, die hebben belletjes om. In de tuin van ons huisje lopen er ook een paar. En kippen, eenden, twee reusachtige waakhonden.

In de ochtend wandelen we naar Cercal voor de nodige boodschappen. Wij spreken geen woord Portugees en de mensen hier geen woord Engels. We kiezen lukraak wat producten uit, waaronder een onbestemde bladgroente met een geur die me aan raapsteeltjes doet denken.

Weer bij het huisje aangekomen, is het tijd voor een kop thee. En lunch. En dan nog maar wat koffie zetten. Uitstelgedrag? Ongetwijfeld.

Het duurt zeker nog een uur of twee voor ik daadwerkelijk op gang kom. Tussen het googelen naar Portugese groente, een aantal koppen thee, en het op gang brengen van de houtkachel, schrijf ik eindelijk een aantal passages. Mijn schrijfstijl is compact. Meer dan 600 woorden worden het niet. Maar dat is toch 10% van wat ik de afgelopen maanden al bij elkaar geschraapt heb. Geen slechte oogst, en de kop is eraf.

Nu het vuur oprakelen voor we in de kou komen te zitten. Daarna is het vast tijd om te koken.

Dag 1: de vlucht

Naarmate het vliegtuig klimt, stijgt mijn paniek. Ik vraag me af of ik vast iets moet schrijven. Of tenminste het boek lezen dat als research moet dienen?
Wat als ik de komende twee weken naar een leeg scherm blijf staren? Dan is alles voor niets geweest.

Het is een droom: me aan de dagelijkse beslommeringen onttrekken om me op het schrijven te storten. Maar veel dromen blijken angstaanjagend wanneer je er oog in oog mee staat.

De muffe lucht van oudbakken broodjes met kaas verstikt me. Wie denk ik wel niet dat ik ben? Een schrijver soms?

***

Op de luchthaven van Lissabon wacht ik op Evelijn. Haar vlucht is een half uur vertraagd. Dat is niet veel op veertien dagen, dat houd ik nog uit. Bovendien verloopt de rest van de middag zo soepel dat we alsnog uren tijd over hebben voordat onze bus vertrekt.

Van Lissabon zien we niet veel. Maar dat was ook niet de insteek. Nee, wij hebben grootsere plannen, belangrijkere zaken in het verschiet. De bus brengt ons in tweeënhalf uur naar Cercal do Alentejo. In Portugal duurt dat dan stiekem bijna drie uur. De eigenaresse van de boerderij waar we zullen verblijven, wacht ons al op. Via een donkere, onverharde weg komen we aan.

Wat we in het donker van het huisje kunnen zien, ziet er goed uit. Een knusse, vrijstaande cottage. Binnen brandt de houtkachel al. De klok aan de muur benadrukt hoe stil het hier is. Met een welkomstwijntje laten we alles bezinken. De laptops worden tevoorschijn gehaald, de eerste woorden getikt.

Dichten over de Zee:Top 40 behaald!

Een tijdje terug deed ik in een opwelling mee aan een poëziewedstrijd met als onderwerp ‘de zee’. Die werd georganiseerd in het kader van de eerste editie van de Literatuurprijs van Schiermonnikoog. De jury bestond uit cabaretier Bert Visscher, burgemeester Ineke van Gent en oud-bibliothecaris Simone de Boer.

Ik heb niet gewonnen, maar kreeg bericht dat ik wel in de top 40 sta en dat mijn gedicht daarom in een bundel wordt opgenomen. Mijn eerste echte publicatie en eerste kleine overwinning! Hoewel ik nog op meer informatie over de uitgave wacht, wil ik alvast mijn gedicht met jullie delen:

wolken die kolken
ze nemen me mee
alles verdrongen
verdronken
in zee
verlokkend
wit vlokkend
nat tot het rot
opslokkend
diep klokkend
zout op het bot
boven de wolken
en onder de zee
niets meer begonnen
ontsponnen
tevree

Het is bijna zover: Kort & Prachtig

Sinds zomer 2017 ben ik lid van de Facebook-groep ‘Ultrakorte verhalen’. De groep wordt door Schrijven Magazine beheerd en is bedoeld voor het plaatsen van verhaaltjes met maximaal 99 woorden. De laatste tijd ben ik er minder actief, maar het blijft een heerlijke groep om in te lezen, schrijven en af en toe gewoon te dollen.

Nu borrelde er bij een van de leden eind vorig jaar het idee op om een bundel met deze UKV’s uit te geven. Met 42 schrijvers en een bevlogen redactie is hier hard aan gewerkt. Nu is het boek bijna klaar voor publicatie. Het is de bedoeling dat de bundel in november verschijnt onder de titel ‘Kort & Prachtig’. Spannend!

Ter promotie is er een voorproefje samengesteld. Daar sta ik zelf niet in, maar in de uiteindelijke verhalenbundel worden 6 van mijn verhaaltjes opgenomen. Nieuwsgierig? Hier kun je het promoboek alvast downloaden in pdf-formaat.

 

Onrust

Ik besef me ineens dat ik sinds april niet meer dan 10 dagen aaneengesloten thuis ben geweest. En bij ‘van huis zijn’ bedoel ik niet ‘een dagje weg’, nee, ik ben steeds minimaal een week van huis. Tussen vakantie, festivals en een langeafstandsrelatie, blijft er weinig tijd over voor ‘thuis zijn’, of zelfs maar ‘aankomen’.

Nu wil ik niet al te klagerig overkomen. Ik heb bijzonder veel leuke dingen meegemaakt deze zomer. Maar nu ben ik moe. De onrust die erbij komt kijken wanneer je direct na thuiskomst je volgende treinkaartjes boekt (haha, grapje, die waren al ruim een maand geleden gepland en geboekt), je kleding wast, tot de conclusie komt dat je je koffer net zo goed in de hoek kan laten staan… het gevoel van ‘thuis’ is er niet eens meer. Waar is thuis? Wat is thuis?

Morgen ga ik weer naar het appartement waar ik huur voor betaal. Eens kijken of ik daar mijn thuis terugvinden kan. Gezien ik begin oktober naar Nederland ‘moet’ voor een tournee langs vrienden en familie, en vriendlief eind september op zakenreis gaat, begint het nu al te knagen dat we eigenlijk medio september nog wat tijd samen moeten inplannen. En juist dat voortdurende ‘plannen’, zorgt ervoor dat ik nooit eens ergens ‘ben’.

Dat moet anders. Ik wil toch proberen eens tot aan mijn Nederland-reis thuis te blijven. Ik verlang ernaar niks te plannen, en tegelijkertijd word ik nu al nerveus bij die gedachte. Ik ben benieuwd wat er gebeurt wanneer ik niets plan – of wat er niet gebeurt natuurlijk… 🙂

 

Ontrommelen met babystapjes

Ik heb een prachtige bar tussen mijn keuken en woonkamer. Vanaf de eerste keer dat ik hier binnen kwam lopen, was het direct mijn favoriete onderdeel van de woning.

Maar op de bar staat nu een mand. Daar doe ik ontvangen post en overige papieren in waarmee ik iets moet doen. Dit is misschien wel het minst favoriete ding dat ik in huis heb. Ik voel schaamte als ik ernaar kijk. Het voelt als een belichaming van al mijn angsten. Het is geen luiheid dat me ervan weerhoudt de inhoud te verwerken. Ik weet donders goed dat er 3 herinneringen van de tandarts in zitten om een afspraak te maken; daar heb ik de brieven niet eens voor nodig. Maar die confrontatie ga ik liever uit de weg.

Vorige week ben ik begonnen aan een online cursus decluttering, ontrommelen, dat moet me een jaar lang bezig houden. Iedere dag een kleine les over onze relatie met rommel, zowel innerlijke als fysieke chaos. De theorie is dat je moet beginnen met iedere dag een minuut lang mindful je rommel aan te pakken. Je wordt je bewust van de emoties die de confrontatie oproept, en stelt jezelf gerust dat dat oké is. Voor een minuut, of zelfs een paar minuten, lukt dat goed. Binnen die minuut kan ik best een aantal rommeltjes oppakken en op de juiste plek opbergen of wegdoen. Zonder over mijn grenzen te gaan, waardoor het goed en veilig blijft voelen, wat weer motiveert om het de volgende dag nog eens te herhalen. Vorige week lag er namelijk nog een stapel papier onder en naast de mand. Het dreigde mijn hele bar op te slokken waardoor ik daar ook niet meer prettig aan kon zitten met mijn ontbijtje.

Ik weet dat de grootste confrontaties nog gaan komen (Belastingpapieren! Waarom regel ik nog niks voor mijn pensioen?! Ik zal in totale armoede oud en krakkemikkig op straat komen!). Maar vooralsnog geniet ik ervan naar de al vrijgekomen ruimte te kijken. En die ruimte al in mijn hoofd te ervaren. Zo verzamel ik langzaam moed om dieper in de mand te duiken. Dag voor dag, blad voor blad.

Op zoek naar houvast

Soms heb ik wat houvast nodig. De laatste tijd grijp ik daarvoor opnieuw naar mijn bezittingen. Ik heb dierbare spulletjes waar ik blij van word. Maar ook weer stapels rommel en papieren die ik hardnekkig negeer. Met als gevolg een groeiende ontevredenheid over deze houding.

Die ontevredenheid kwam tot een nieuwe piek toen mijn ex onlangs zijn wijnglazen kwam opeisen. Prachtige kelken van wat eruitziet als mondgeblazen glas met een mooie groene gloed. Ik was het er niet mee eens dat het zijn glazen waren, we hadden ze immers als stel gekregen. Maar ja, zoals Acda & de Munnik het omschreven: van zijn moeder dus van hem.

Het lukte me vrij snel om hem een schuldgevoel aan te praten zodat hij met een setje HEMA-glazen de deur uit zou stappen. Maar ondertussen knaagde het al aan me. Waarom wilde ik zou graag die glazen houden? Was het een laatste stukje houvast, het laatste symbool voor wat we samen hadden, wat we samen waren? Het waren mooie glazen, dat zeker. Maar hier in Keulen is er bijna ieder weekend wel een vlooienmarkt waar ik een nieuwe set zou kunnen opspeuren. Of was het een principekwestie, een kwestie van rechtmatig bezit?

Hoe dan ook, ik wil me niet zo hechten aan iets triviaals als een wijnglas. Uiteindelijk heb ik ze toch afgestaan. Ik ga proberen ook weer langzaamaan wat op te ruimen. Maar het is me duidelijk dat het tijd is om daarbij ook naar mezelf te kijken. Want wat is het in mij dat ik altijd weer op mijn spullen projecteer? Ik kwam vandaag op DailyOm een ‘cursus’ tegen die precies dat probleem aanpakt. Je krijgt er een jaar lang elke dag een les, oefening of inspirerende content om op te ruimen, zowel vanbinnen als vanbuiten. En dat stukje bij beetje zodat het de tijd krijgt om daadwerkelijk deel te worden van je lifestyle. Ik ben benieuwd hoe lang ik die lessen bijhoud, maar voor de komende tijd lijkt het me een fijne houvast… 🙂

Nu eerst eens een rommellade leeghalen. En daarna een wijntje… uit een toch wel teleurstellend saai HEMA-glas.

 

Lange winter

Ken je ook dat gevoel van verlamming wanneer je jezelf teleurstelt? Of wanneer je denkt op weg te zijn naar een teleurstelling. Ik in ieder geval wel.

Ik heb er de hele winter last van gehad. Ja, het was druk op het werk. En ja, ook privé veel tijdrovende ontwikkelingen. Maar uiteindelijk waren dat welkome smoesjes om niet te hoeven schrijven. Want het schrijven voelde steeds sterker als een confrontatie met het gevoel dat ik niks te schrijven heb. En dat ik zeker niet ertoe ‘bevoegd’ ben om dit blog te onderhouden. Want zoals ik het voor me zag, leek het toch niet te worden. En dat al na een paar maanden.

Hoe langer ik niks schreef en niks postte, hoe dommer ik me ging voelen. En hoe sterker de gedachte van ‘shit, nu kan ik niks meer posten, want dan valt het juist op’. Ook verhoogde ik de druk op mezelf dan tenminste met een mega-goed stuk terug te willen komen.

In plaats daarvan ging ik natuurlijk liever in lange Netflix-sessies op. Het werd een hele winterdip vol wegvluchten van mezelf en mijn vermeende falen. Ondertussen is het half april en 20 graden buiten. En weet ik nog steeds niet wat ik wil en hoe dan. Het blijft ook aanlokkelijk te denken ‘ja maar nu ga ik bijna op vakantie, opnieuw beginnen heeft nu ook geen zin’.

Ik probeer eruit te krabbelen. Het is zoeken naar de juiste mate van druk: genoeg om mezelf aan de slag te laten gaan, maar niet zoveel dat ik terug in mijn winterholletje kruip. Of ik me nu terugtrek of naar buiten treed, dom voel ik me toch wel. Voor vandaag kies ik dan liever dom & productief.