Moederdag – the day after

Geen slingers weghalen, geen ontbijtbordjes in de gootsteen. De koelkast vrij van tekeningen die nergens op lijken. Een dag lang werd ik voortdurend herinnerd aan wat ik niet heb. Vorig jaar had ik het ook niet. Geen kind dat op zondagochtend de slaapkamer in sluipt. Geen cadeautje en geen gedoe. Ik vond het wel prima.

Toch is het dit jaar anders. Nog steeds geen kindervoetjes op de gang. Geen huis vol speelgoed. Maar nu in de wetenschap dat volgend jaar weer zo is. En het jaar daarna. En daarna. Dat dit niet langer een keuze is, maakt alles anders. Dat doet pijn.

‘Je hebt alle tijd voor jezelf en kunt lekker reizen,’ zeggen ze dan. Of: ‘Er zijn toch zat mensen zonder kinderen die ook gelukkig zijn?’ Maar met die mensen heb ik niets te maken. Daarvoor wordt er te vaak geroepen: ‘Maar je krijgt er zoveel voor terug!’

Werk in uitvoering

In december deed ik mee aan een schrijfwedstrijd van Evander Schrijfcoaching, het coaching bureau van schrijvers Sol Bouzamour en Martyn van Beek. Hun wedstrijd was bijzonder. Want hierbij stond niet het schrijfwerk voorop, maar het concept voor een  roman.

Nu werk ik sinds afgelopen zomer in vlagen aan een roman, mijn eerste. Ik heb me voorgenomen om in 2019 minimaal een eerste versie af te ronden (maar liever nog een uitgeefbaar manuscript natuurlijk).

De wedstrijd kwam dus als geroepen. Hoewel het insturen van mijn ‘ongeboren kindje’ zenuwslopend was. Ik had nog niemand ook maar een woord ervan laten lezen. En dan moest ik het nu ineens naar deze twee vreemden opsturen?

Ik ben blij dat ik me toch ertoe heb aangezet mee te doen. Het dwong me om kritisch naar mijn werk te kijken. Niet als schrijfsel, maar als boekidee.  De moeite die het me kostte om een pakkende synopsis te schrijven, geeft aan dat ik aan de slag moet met de opzet en verhaalstructuur. Het kan een stuk strakker.

De wedstrijd won ik niet. Maar ik stond wel op de longlist. Even opscheppen: uit 300 inzendingen was een longlist van 100 samengesteld.

Als longlister mocht ik een workshop bijwonen in Delft. Dat was afgelopen zaterdag eindelijk zover. Sol en Martyn hebben in twee uur uit de doeken gedaan wat een verhaal goed maakt en hoe je dan tot zo’n goed verhaal kunt komen. Alles vanuit een stevige basis, van meet af aan gericht op een uitgeefbaar product.

Ik kan me wel vinden in die werk- en denkwijze. Ik hou ook niet van in het wilde weg schrijven, met het vooruitzicht dat je de woordenbrij daarna nog in een structuur terug moet duwen.

De gouden tip lag voor mij in de heldere uitleg die Martyn en Sol gaven over het begrip ‘thema’. Dat begrip doet me nog steeds denken aan boekverslagen van de middelbare school… Bij het samenstellen van mijn inzending had ik al ontdekt dat ik er veel te weinig aandacht aan had besteed. “Shit, wat is mijn thema?” Ik probeerde koortsachtig een thema te destilleren uit hetgeen ik al geschreven had. Bovendien zag ik de gedragingen van mijn personages voor thema’s aan. Kortom: ik lag te spartelen in een thema-poel.

Ik heb de workshop gisteren nog even laten bezinken. Tegen de avond voelde ik een eureka-moment wat betreft het thema van mijn verhaal. Ik heb er weer zin in! Met de gouden regel “thema > reacties/gedrag > plot” in mijn achterhoofd, voel ik me klaar voor een doorstart.

 

Dag 11 + 12 + 13

Voortkabbelen, soms was stroever, dan weer vlot. Net zoals de lucht soms pijpenstelen regent, en soms warme zonneschijn geeft. Mijn verhaal zal na vanavond, de Laatste Avond, 18.000 woorden tellen. Hier in Portugal schreef ik daar 12.000 zo’n van. Toch netjes, als zeg ik het zelf.

Naast de vooruitgang in aantallen, is het ook een bijzondere ervaring geweest. Ik leer veel over mijn relatie met het schrijven. Van wat mij motiveert, inspireert en confronteert.

Terwijl ik vast stofzuig en mijn koffer inpak, denk ik aan alles wat ik missen ga. De vrijheid, de rust, het geklingel van de schaapjes. Maar niet de waakhonden die de hele nacht blaffen, de hanen die om half vijf denken dat het ochtend is, de houtkachel die de hele avond aandacht nodig heeft. En wat zal ik thuis weer genieten van een verwarmde badkamer!

Nog even de laatste woorden eruit persen nu, dan een laatste avondmaaltje koken en vroeg naar bed; morgenochtend moeten we om zeven uur al op de bus. Ik kijk er toch wel naar uit, het is mooi geweest.

Dag 10: Pauze

Even pauze. We moeten niet vergeten dat we in Portugal zijn, meent Evelijn. We nemen ons voor om in Cercal te gaan eten. Wel voor het middageten, want anders moeten we in het donker de boerderij terugvinden. Bovendien hebben we ergens gelezen dat Portugezen hun hoofdmaaltijd ’s middags nemen.

In Cercal wonen zo’n 4.000 mensen. Het hele stadje lijkt rondom de centrale rotonde te zijn gebouwd. Het zijn heuvelachtige straatjes met smalle stoepen en gepleisterde huizen aan weerszijden. Op straat kom je vooral oudere mensen tegen, de korte figuurtjes slenteren langzaam vooruit.

Uit de vijf eethuisjes die we op Google vinden, kiezen we er eentje die de beste reviews heeft. Wanneer we daadwerkelijk voor de deur staan, ziet het er op het eerste gezicht niet zo uitnodigend uit. Gelukkig blijkt de eetruimte achter een klapdeur te liggen. Er staan zoveel mogelijk tafels en het is er flink warm gestookt. Het is immers winter en de Portugezen vinden het koud. Ter verduidelijking: we hebben het over zo’n zeventien graden.

Het hartelijke vrouwtje achter de bar blijkt een Engelse menukaart voor ons te hebben. Maar voordat we die kunnen bestuderen, raadt ze ons al een gerecht met varkensvlees aan. Ze haalt meteen twee vorkjes met stukjes vlees tevoorschijn om te proeven. Ze wijst op de kaart en vertelt dat we er friet bij krijgen. Denk ik tenminste, ik versta er natuurlijk niet veel van. Ja, vinho tinto willen we er ook bij. Ik knik wanneer ze de fles rode wijn in de lucht houdt om te controleren of we elkaar goed begrijpen.

Het eten is lekker, en zeker niet duur. De restjes krijgen we mee naar huis. Met een volle buik waggelen we voldaan naar ons huisje terug. De karaf wijn heeft me wat slaperig gemaakt. Productief ben ik niet meer. Maar ik geniet wel met volle teugen van de kerstfilm die we ’s avonds opzetten. Met een kop warme mokka erbij en verse kastanjes die we op de kachel poffen. Is dit het leven als een god in Portugal?

Dag 10: het vuur laait op

Vandaag schrijf ik duizend woorden. Die komen vrijwel moeiteloos, ik heb zelfs nog tijd om met een boek in handen in slaap te vallen in het zonnetje. En om tussendoor knoflookmayonaise te maken, alvast voor het avondeten.

Ook het vuur van de kachel laait bij de eerste poging al hoog op. Tevreden schenk ik een glaasje wijn in. Doe mij morgen nog maar zo’n dag.

Dag 6 + 7: de confrontatie

Dag 6 kabbelt verder. Flinke schrijfsessies worden afgewisseld met googelen naar Pokemon-spellen. Het weer wisselt tussen zonnig, regenachtig en dikke mist. Een aflevering Boer zoekt vrouw geeft me inspiratie voor mijn soms zoetsappige verhaal.

Maar afgelopen nacht lag ik een tijdje wakker. Er maalden woorden door mijn hoofd. Dat heb ik vaker wanneer ik me in een project verlies.

In de loop van dag 7, het naderend midden van dit schrijfverblijf, kom ik tot nieuwe inzichten. Ik hik tegen bepaalde scènes aan. Het verhaal ligt heel dichtbij mezelf. Te dichtbij misschien. Wat begon als bron van inspiratie, is nu een oceaan van confrontatie. Ik wil niet in de emoties van hoofdpersoon Lise duiken. Ik hoop te hard dat het goed afloopt voor haar. En wat als zij in haar missie mislukt? Wat voor toekomst ligt er dan voor mij in het verschiet?

Dag 5: mijn vriend de regen

Vandaag regent het pijpenstelen, we kunnen geen kant op. De voorraadkast is goed gevuld, dus we hoeven ook geen kant op. Ik zit met mijn laptop aan de keukentafel, waarvandaan ik heerlijk naar buiten kan kijken. Het is grijs, nat, en de wind loeit om het huisje. De sinaasappels in het boompje voor de deur zwaaien vervaarlijk aan hun takken.

Het weer is perfect om vooruitgang te boeken. Mijn verhaal telt nu meer dan 10.000 woorden. Toegegeven, er gaat nog flink geschrapt en opgeschuurd worden. Maar het is me nog nooit eerder gelukt om zoveel woorden, zoveel zinnen en zoveel scenes in één verhaal te plaatsen. Vandaag ben ik trots op mezelf.

Dag 3 – 4: Pieken en dalen

De derde dag van deze reis verloopt voorspoedig. We hoeven de hele dag nergens heen, het zonnetje schijnt en er rollen zomaar 1400 woorden uit mijn koker.  Zelfs het kacheltje is me goedgezind. Google leerde me over de Zwitserse methode van stoken, waarbij het hout van boven naar onder brandt. Dit moet ervoor zorgen dat het hout rustig maar gestaag opbrandt, zodat de eerste houtblokken lang meegaan. Bij de tweede poging krijg ik de netjes gestapelde blokken al aan, en inderdaad, ruim na het avondeten hoeft er pas een nieuw blok op.

***

De volgende ochtend wordt ik wakker met buikkrampen. Het is die tijd van de maand. Chagrijnig stel ik vast dat het helemaal geen tijd is, het zou nog een week duren, maar daar heeft mijn lichaam geen boodschap aan. In de ochtend beweeg ik me slechts van mijn bed naar het toilet. Helaas moeten er ’s middags wel boodschappen worden gedaan. Met een flinke portie ibuprofen lukt dat zonder al te grote problemen. Buiten is het ondertussen grauw en regenachtig geworden. Toepasselijk. Gelukkig zorgt de bewolking ervoor dat het in de avond niet te sterk afkoelt. Want het vuur wil ons niet verwarmen. Het doet zijn uiterste best zo snel mogelijk te doven, de houtblokken gloeien maar wat, zodat we na verloop van tijd in een dikke rookwalm zitten. Ik kijk ernaar uit dat het straks bedtijd is en de dag voorbij is.