Dag 10: het vuur laait op

Vandaag schrijf ik duizend woorden. Die komen vrijwel moeiteloos, ik heb zelfs nog tijd om met een boek in handen in slaap te vallen in het zonnetje. En om tussendoor knoflookmayonaise te maken, alvast voor het avondeten.

Ook het vuur van de kachel laait bij de eerste poging al hoog op. Tevreden schenk ik een glaasje wijn in. Doe mij morgen nog maar zo’n dag.

Dag 6 + 7: de confrontatie

Dag 6 kabbelt verder. Flinke schrijfsessies worden afgewisseld met googelen naar Pokemon-spellen. Het weer wisselt tussen zonnig, regenachtig en dikke mist. Een aflevering Boer zoekt vrouw geeft me inspiratie voor mijn soms zoetsappige verhaal.

Maar afgelopen nacht lag ik een tijdje wakker. Er maalden woorden door mijn hoofd. Dat heb ik vaker wanneer ik me in een project verlies.

In de loop van dag 7, het naderend midden van dit schrijfverblijf, kom ik tot nieuwe inzichten. Ik hik tegen bepaalde scènes aan. Het verhaal ligt heel dichtbij mezelf. Te dichtbij misschien. Wat begon als bron van inspiratie, is nu een oceaan van confrontatie. Ik wil niet in de emoties van hoofdpersoon Lise duiken. Ik hoop te hard dat het goed afloopt voor haar. En wat als zij in haar missie mislukt? Wat voor toekomst ligt er dan voor mij in het verschiet?

Dag 5: mijn vriend de regen

Vandaag regent het pijpenstelen, we kunnen geen kant op. De voorraadkast is goed gevuld, dus we hoeven ook geen kant op. Ik zit met mijn laptop aan de keukentafel, waarvandaan ik heerlijk naar buiten kan kijken. Het is grijs, nat, en de wind loeit om het huisje. De sinaasappels in het boompje voor de deur zwaaien vervaarlijk aan hun takken.

Het weer is perfect om vooruitgang te boeken. Mijn verhaal telt nu meer dan 10.000 woorden. Toegegeven, er gaat nog flink geschrapt en opgeschuurd worden. Maar het is me nog nooit eerder gelukt om zoveel woorden, zoveel zinnen en zoveel scenes in één verhaal te plaatsen. Vandaag ben ik trots op mezelf.

Dag 3 – 4: Pieken en dalen

De derde dag van deze reis verloopt voorspoedig. We hoeven de hele dag nergens heen, het zonnetje schijnt en er rollen zomaar 1400 woorden uit mijn koker.  Zelfs het kacheltje is me goedgezind. Google leerde me over de Zwitserse methode van stoken, waarbij het hout van boven naar onder brandt. Dit moet ervoor zorgen dat het hout rustig maar gestaag opbrandt, zodat de eerste houtblokken lang meegaan. Bij de tweede poging krijg ik de netjes gestapelde blokken al aan, en inderdaad, ruim na het avondeten hoeft er pas een nieuw blok op.

***

De volgende ochtend wordt ik wakker met buikkrampen. Het is die tijd van de maand. Chagrijnig stel ik vast dat het helemaal geen tijd is, het zou nog een week duren, maar daar heeft mijn lichaam geen boodschap aan. In de ochtend beweeg ik me slechts van mijn bed naar het toilet. Helaas moeten er ’s middags wel boodschappen worden gedaan. Met een flinke portie ibuprofen lukt dat zonder al te grote problemen. Buiten is het ondertussen grauw en regenachtig geworden. Toepasselijk. Gelukkig zorgt de bewolking ervoor dat het in de avond niet te sterk afkoelt. Want het vuur wil ons niet verwarmen. Het doet zijn uiterste best zo snel mogelijk te doven, de houtblokken gloeien maar wat, zodat we na verloop van tijd in een dikke rookwalm zitten. Ik kijk ernaar uit dat het straks bedtijd is en de dag voorbij is.

Dag 2

Ik heb in geen tijden zo lekker geslapen. Het is hier ook doodstil en pikdonker. In de ochtend wordt de stilte alleen verbroken door het geklingel van de schapen van de buurman, die hebben belletjes om. In de tuin van ons huisje lopen er ook een paar. En kippen, eenden, twee reusachtige waakhonden.

In de ochtend wandelen we naar Cercal voor de nodige boodschappen. Wij spreken geen woord Portugees en de mensen hier geen woord Engels. We kiezen lukraak wat producten uit, waaronder een onbestemde bladgroente met een geur die me aan raapsteeltjes doet denken.

Weer bij het huisje aangekomen, is het tijd voor een kop thee. En lunch. En dan nog maar wat koffie zetten. Uitstelgedrag? Ongetwijfeld.

Het duurt zeker nog een uur of twee voor ik daadwerkelijk op gang kom. Tussen het googelen naar Portugese groente, een aantal koppen thee, en het op gang brengen van de houtkachel, schrijf ik eindelijk een aantal passages. Mijn schrijfstijl is compact. Meer dan 600 woorden worden het niet. Maar dat is toch 10% van wat ik de afgelopen maanden al bij elkaar geschraapt heb. Geen slechte oogst, en de kop is eraf.

Nu het vuur oprakelen voor we in de kou komen te zitten. Daarna is het vast tijd om te koken.

Dag 1: de vlucht

Naarmate het vliegtuig klimt, stijgt mijn paniek. Ik vraag me af of ik vast iets moet schrijven. Of tenminste het boek lezen dat als research moet dienen?
Wat als ik de komende twee weken naar een leeg scherm blijf staren? Dan is alles voor niets geweest.

Het is een droom: me aan de dagelijkse beslommeringen onttrekken om me op het schrijven te storten. Maar veel dromen blijken angstaanjagend wanneer je er oog in oog mee staat.

De muffe lucht van oudbakken broodjes met kaas verstikt me. Wie denk ik wel niet dat ik ben? Een schrijver soms?

***

Op de luchthaven van Lissabon wacht ik op Evelijn. Haar vlucht is een half uur vertraagd. Dat is niet veel op veertien dagen, dat houd ik nog uit. Bovendien verloopt de rest van de middag zo soepel dat we alsnog uren tijd over hebben voordat onze bus vertrekt.

Van Lissabon zien we niet veel. Maar dat was ook niet de insteek. Nee, wij hebben grootsere plannen, belangrijkere zaken in het verschiet. De bus brengt ons in tweeënhalf uur naar Cercal do Alentejo. In Portugal duurt dat dan stiekem bijna drie uur. De eigenaresse van de boerderij waar we zullen verblijven, wacht ons al op. Via een donkere, onverharde weg komen we aan.

Wat we in het donker van het huisje kunnen zien, ziet er goed uit. Een knusse, vrijstaande cottage. Binnen brandt de houtkachel al. De klok aan de muur benadrukt hoe stil het hier is. Met een welkomstwijntje laten we alles bezinken. De laptops worden tevoorschijn gehaald, de eerste woorden getikt.

Dichten over de Zee:Top 40 behaald!

Een tijdje terug deed ik in een opwelling mee aan een poëziewedstrijd met als onderwerp ‘de zee’. Die werd georganiseerd in het kader van de eerste editie van de Literatuurprijs van Schiermonnikoog. De jury bestond uit cabaretier Bert Visscher, burgemeester Ineke van Gent en oud-bibliothecaris Simone de Boer.

Ik heb niet gewonnen, maar kreeg bericht dat ik wel in de top 40 sta en dat mijn gedicht daarom in een bundel wordt opgenomen. Mijn eerste echte publicatie en eerste kleine overwinning! Hoewel ik nog op meer informatie over de uitgave wacht, wil ik alvast mijn gedicht met jullie delen:

wolken die kolken
ze nemen me mee
alles verdrongen
verdronken
in zee
verlokkend
wit vlokkend
nat tot het rot
opslokkend
diep klokkend
zout op het bot
boven de wolken
en onder de zee
niets meer begonnen
ontsponnen
tevree

Het is bijna zover: Kort & Prachtig

Sinds zomer 2017 ben ik lid van de Facebook-groep ‘Ultrakorte verhalen’. De groep wordt door Schrijven Magazine beheerd en is bedoeld voor het plaatsen van verhaaltjes met maximaal 99 woorden. De laatste tijd ben ik er minder actief, maar het blijft een heerlijke groep om in te lezen, schrijven en af en toe gewoon te dollen.

Nu borrelde er bij een van de leden eind vorig jaar het idee op om een bundel met deze UKV’s uit te geven. Met 42 schrijvers en een bevlogen redactie is hier hard aan gewerkt. Nu is het boek bijna klaar voor publicatie. Het is de bedoeling dat de bundel in november verschijnt onder de titel ‘Kort & Prachtig’. Spannend!

Ter promotie is er een voorproefje samengesteld. Daar sta ik zelf niet in, maar in de uiteindelijke verhalenbundel worden 6 van mijn verhaaltjes opgenomen. Nieuwsgierig? Hier kun je het promoboek alvast downloaden in pdf-formaat.