Op zoek in 100 woorden – Onberekenbaar

Onberekenbaar

Vera had kunnen weten dat het een slecht idee was. Als de mens gemaakt was om thuis te werken, had God hem geen kantoorgebouwen gegeven. De natuurkundige verkrampte in haar stoel toen het geluid opnieuw aanzwol. Twee violen snerpten elk een eigen melodie.

Ze hield het niet langer en beende naar de kast om een bezem tevoorschijn te halen. De steel zwiepte ze een paar keer flink tegen het plafond.

Met rode wangen boog Vera zich weer over haar snaartheorie. Ze hield er niet van om boos te zijn. De violen gingen onverstoord hun gang.

Op zoek in 100 woorden – Koffieman

Ik word al lange tijd geplaagd door een idee. Wat zou het geweldig zijn een soort stripreeks te creëren over de kantoortuin van Koffieman en zijn aartsvijand de Grappenmaker. Dat moet toch realiseerbaar zijn?

 

Woensdagmiddag

Koffieman knijpt met zijn ogen, zijn beeldscherm oogverblindend leeg. Tegenover hem is zelfs Grappenmaker druk in de weer met een stapel dossiers. Verderop kweelt Proseccomeisje een zoet verkooppraatje tegen haar telefoon.
Koffieman verschiet wanneer Grappenmaker naar hem opkijkt. Betrapt.
Er verschijnt een envelopje in beeld en hij klikt erop. Een dansende kat begroet hem met de woorden: Het zijn niet de mensen die nooit falen die winnen. Het zijn de mensen die nooit opgeven.
Grappenmaker steekt grijnzend een duim omhoog.
Koffieman wrijft over zijn kin als hij voelt dat zijn mondhoeken omhoog trekken. Hoofdschuddend typt hij de eerste woorden van het rapport.

Schrijfoefening emotiecirkel

Tijdens de schrijfmiddag Boek10 van Godijn Publishing woonde ik een workshop bij over de emotiecirkel. Een aantal auteurs bedachten een openingszin en brachten die per ronde steeds met een andere emotie. De zin ‘Het is rustig op de snelweg’ is bij me blijven hangen. Blij uitgesproken, bang of juist boos… dat leidt geheel verschillende verhalen in. Met de emotie angst kwam dit kortje in me op:

Het is rustig op de snelweg. Kippenvel prikt op mijn armen wanneer ik de lege weilanden zie. Dit klopt niet. Met één hand op het stuur pak ik mijn telefoon. Geen signaal. Ik geef gas en hoop dat ik niet te laat ben. De schuilkelders zijn nog een eind weg.

Moederdag – the day after

Geen slingers weghalen, geen ontbijtbordjes in de gootsteen. De koelkast vrij van tekeningen die nergens op lijken. Een dag lang werd ik voortdurend herinnerd aan wat ik niet heb. Vorig jaar had ik het ook niet. Geen kind dat op zondagochtend de slaapkamer in sluipt. Geen cadeautje en geen gedoe. Ik vond het wel prima.

Toch is het dit jaar anders. Nog steeds geen kindervoetjes op de gang. Geen huis vol speelgoed. Maar nu in de wetenschap dat volgend jaar weer zo is. En het jaar daarna. En daarna. Dat dit niet langer een keuze is, maakt alles anders. Dat doet pijn.

‘Je hebt alle tijd voor jezelf en kunt lekker reizen,’ zeggen ze dan. Of: ‘Er zijn toch zat mensen zonder kinderen die ook gelukkig zijn?’ Maar met die mensen heb ik niets te maken. Daarvoor wordt er te vaak geroepen: ‘Maar je krijgt er zoveel voor terug!’

Werk in uitvoering

In december deed ik mee aan een schrijfwedstrijd van Evander Schrijfcoaching, het coaching bureau van schrijvers Sol Bouzamour en Martyn van Beek. Hun wedstrijd was bijzonder. Want hierbij stond niet het schrijfwerk voorop, maar het concept voor een  roman.

Nu werk ik sinds afgelopen zomer in vlagen aan een roman, mijn eerste. Ik heb me voorgenomen om in 2019 minimaal een eerste versie af te ronden (maar liever nog een uitgeefbaar manuscript natuurlijk).

De wedstrijd kwam dus als geroepen. Hoewel het insturen van mijn ‘ongeboren kindje’ zenuwslopend was. Ik had nog niemand ook maar een woord ervan laten lezen. En dan moest ik het nu ineens naar deze twee vreemden opsturen?

Ik ben blij dat ik me toch ertoe heb aangezet mee te doen. Het dwong me om kritisch naar mijn werk te kijken. Niet als schrijfsel, maar als boekidee.  De moeite die het me kostte om een pakkende synopsis te schrijven, geeft aan dat ik aan de slag moet met de opzet en verhaalstructuur. Het kan een stuk strakker.

De wedstrijd won ik niet. Maar ik stond wel op de longlist. Even opscheppen: uit 300 inzendingen was een longlist van 100 samengesteld.

Als longlister mocht ik een workshop bijwonen in Delft. Dat was afgelopen zaterdag eindelijk zover. Sol en Martyn hebben in twee uur uit de doeken gedaan wat een verhaal goed maakt en hoe je dan tot zo’n goed verhaal kunt komen. Alles vanuit een stevige basis, van meet af aan gericht op een uitgeefbaar product.

View this post on Instagram

Wow, 50 deelnemers vandaag mogen ontvangen. Topdag!

A post shared by Evander Schrijfcoaching (@evanderschrijfcoaching) on

Ik kan me wel vinden in die werk- en denkwijze. Ik hou ook niet van in het wilde weg schrijven, met het vooruitzicht dat je de woordenbrij daarna nog in een structuur terug moet duwen.

De gouden tip lag voor mij in de heldere uitleg die Martyn en Sol gaven over het begrip ‘thema’. Dat begrip doet me nog steeds denken aan boekverslagen van de middelbare school… Bij het samenstellen van mijn inzending had ik al ontdekt dat ik er veel te weinig aandacht aan had besteed. “Shit, wat is mijn thema?” Ik probeerde koortsachtig een thema te destilleren uit hetgeen ik al geschreven had. Bovendien zag ik de gedragingen van mijn personages voor thema’s aan. Kortom: ik lag te spartelen in een thema-poel.

Ik heb de workshop gisteren nog even laten bezinken. Tegen de avond voelde ik een eureka-moment wat betreft het thema van mijn verhaal. Ik heb er weer zin in! Met de gouden regel “thema > reacties/gedrag > plot” in mijn achterhoofd, voel ik me klaar voor een doorstart.

 

Ongelukkig gevolg

“Een dronk op het bruidspaar!” roept de vader van de bruidegom.

“Op het bruidspaar!” klinkt het in koor. Tientallen glazen steken klotsend in de lucht.

Ella heeft haar ogen op het tafelkleed gefixeerd. Een por in haar zij gebiedt haar ook het glas te heffen. Ze gehoorzaamt met een stijve glimlach. De japon van soepel wit zijde hang losjes om haar lijf. Toch voelt ze zich beklemd. De ventilatoren die een vochtige mist verspreiden, verstikken haar.

De kersverse echtgenoot kijkt haar glunderend aan. “Mijn liefste prinses, ik drink op het geluk dat jij me die dag bij de bron vond en kuste.”

Er glijdt een glibberige vinger over haar wang. Ella rilt. Het kost haar moeite de champagne niet uit te spugen. Met grote ogen kijkt ze naar haar vader op. De koning negeert haar en wanhopig zoekt ze de blik van haar moeder. Daarin vindt ze een meewarige glimlach.

In de hoek van de banketzaal staat haar oude vriendinnengroep. Geertje draait vlug haar gezicht weg wanneer ze merkt dat Ella kijkt.

 

“Had je hem maar niet moeten kussen,” had de jonge hofdame met haar neus in de lucht gezegd toen Ella haar met tranen in de ogen in vertrouwen nam. En dan te bedenken dat juist Geertje en die andere trollen haar altijd aanspoorden een prins te zoeken.

Daarbij heeft Ella haar hele leven lang verhalen gehoord over haar betovergrootmoeder en de kikkerprins. Over hoe hij haar gouden bal opviste, en hoe hij na een kus in een prins veranderde.
Prinses Ella was naar diezelfde bron gegaan, besloop de kikker om hem vol op de bek te pakken. Toen ze haar ogen opende, verstarde ze. Voor haar neus stond nog steeds een slijmerig schepsel.

Genoeglijk schoof het halfdoorzichtige knipvlies over zijn spleetogen. “Een wonder, de profeten hadden het juist! Ons kikkervolk wacht al generaties lang op koninklijk bloed om middels ware liefde onze koninkrijken te herenigen!” kirde het wezen.

Hoe sterk Ella ook protesteerde, niemand had geloofd dat het een vergissing betrof.

Het kwam de koning ter ore – die verraderlijke trollen! – en hij had zijn dochter bij zich geroepen.
“Een prinses komt haar woord altijd na, Ella”, vermaande hij haar. “Je zult deze Vorstijn huwen en daarmee uit.”

 

Ella schrikt op wanneer ze een borrelend geluid naast zich hoort.

Vorstijn gorgelt met de dure champagne en kijkt haar schalks vanuit zijn spleetoogjes aan. “Ben je er klaar voor mijn lief? De profeten voorzien een miljoen dikkopjes.”

Ella perst haar lippen opeen. Een prinses houdt haar woord. Ook als ze nog lang en ongelukkig zal leven. Toch wil ze haar noodlot uitstellen. Op school heeft ze geleerd dat kikkers alleen bewegende voorwerpen zien. Wanneer hun huwelijksnacht aanbreekt, blijft Ella dan ook zwijgend in de fauteuil naast het bed zitten.

Het is onmogelijk dat Vorstijn niet doorheeft dat ze er is. Toch laat hij niets merken.

De prinses kijkt roerloos toe hoe haar echtgenoot uiteindelijk de dekens over zich heen trekt. Hoe lang leeft een kikker?

Een pompoenvertelling

‘Fijne pompoendag!’ schalt het door de klas terwijl de bel nog nagalmt.

Zeyvra grist haar jas van de kapstok en snelt naar huis. Opa en oma zijn er al.

Mama en Zeyvra wonen met z’n tweetjes. Wanneer opa en oma op bezoek komen is dat wel zo gezellig.

Na een uitgebreid feestmaal, verdwijnen mama en oma in de keuken om op te ruimen. Opa neemt zijn plek op de schommelstoel bij het haardvuur. Zeyvra kruipt zoals ieder jaar bij hem op schoot. Opa vraagt: ‘Weet je ook waarom we vandaag pompoen hebben gegeten?’

‘Nee, vertel eens?’ Zeyvra speelt het spelletje mee.

‘Ooit, vroeger, heel lang geleden, waren er mensen die elk jaar hun dankbaarheid wilden tonen voor het land waar ze woonden. Elk jaar slachtten ze daarvoor ontelbaar veel kalkoenen. Die aten ze op.’

Zeyvra gruwelt en trekt een vies gezicht. ‘Waarom deden ze dat, opa?’

‘Omdat ze niet beter wisten, lieverd. Totdat de Grote Kalkoen er genoeg van had en het land deed beven en schokken. Verwoestende golven slokten alles op.’

‘Waar was dat land, opa?’

‘Ver van hier.’ Opa wijst richting het plafond. ‘Een kleine groep mensen wist te ontkomen. Zij stichtten een nieuwe stad die ze Cucurbium noemden.’

‘Dat is waar wij wonen!’ roept Zeyvra verrukt.

Opa glimlacht en kust haar op haar voorhoofd. ‘Inderdaad. De mensen zwoeren nooit meer gevogelte te doden en de Kalkoen zag dat het goed was. Om bij die gelofte te helpen, schonk hij hen een pompoenboom. Eens per jaar, wanneer de Heilige Haan kraait, oogsten we de pompoen om het jaar met een feestmaal te beginnen.’

Zeyvra tuurt met samengeknepen ogen door het venster. In het flauwe schijnsel van het huiskamerlicht, kan ze nog net de knoestige takken zien. De boom is kaal. Zeyvra weet dat de schuur tot de nok toe gevuld is met oranje joekels.

‘En als de mensen het toch weer verpesten?’

‘Oei, kind,’ opa fronst. ‘Dan moeten jullie weer een nieuwe planeet vinden voor Cucurbium II. Maar beter kun je voorzichtig met het land omgaan.’

Zeyvra knikt vastberaden. ‘Ik vind pompoensoep hartstikke lekker.’

Kort op zoek: de donkere dagen na kerst

De donkere dagen na kerst

Wanneer de feestdagen vervlogen zijn en de laatste etensresten weggewerkt. Wanneer er geen herhaling meer is van kerstfilms op tv. Geen bezoek, geen kerkdienst, geen fondue en geen geknal. Dan kruip ik onder mijn deken, verschuil me voor de dagen die wachten.
De smoesjes zijn op.

Eenzame huwelijksnacht

‘s Gravenhage, 15 december 1947

Mijn beste Hendrik, liefste man,

Ja, mijn man, dat ben je nu. Hoewel ik nog aan dat woord moet wennen. Tijdens dit schrijven, vraag ik mij af of je er al weet van hebt een getrouwd man te zijn. Papa heeft me beloofd je onmiddellijk per telegram van de huwelijksvoltrekking op de hoogte te stellen.

Voel jij je nu anders, als echtgenoot, daar in ons verre Indië? Kijk je evenzeer uit naar onze hereniging als ik?

Gedurende de ceremonie kon ik het niet laten reikhalzende blikken op de deur te werpen. Alsof je ieder moment kon verschijnen. Helaas, zo mocht het niet zijn! De handschoen op het altaar bleef onbemand. De woorden van de pater heb ik nauwelijks gehoord. Je oom tekende zonder ommehaal. En dat was het dan, zonder poeha in de echt verbonden.

Nu zit ik hier op mijn kamer, nog steeds niet aan het ouderlijk huis ontsnapt. Een eenzame huwelijksnacht waar die handschoen niet bij kan helpen!

Van de rederij heb ik vernomen dat er na de jaarwisseling gevaren kan worden. Ik zal klaarstaan voor vertrek. Opdat ik je gauw in de armen kan sluiten en ons nieuwe leven beginnen mag.

Je liefhebbende vrouw,

Lientje

Dag 11 + 12 + 13

Voortkabbelen, soms was stroever, dan weer vlot. Net zoals de lucht soms pijpenstelen regent, en soms warme zonneschijn geeft. Mijn verhaal zal na vanavond, de Laatste Avond, 18.000 woorden tellen. Hier in Portugal schreef ik daar 12.000 zo’n van. Toch netjes, als zeg ik het zelf.

Naast de vooruitgang in aantallen, is het ook een bijzondere ervaring geweest. Ik leer veel over mijn relatie met het schrijven. Van wat mij motiveert, inspireert en confronteert.

Terwijl ik vast stofzuig en mijn koffer inpak, denk ik aan alles wat ik missen ga. De vrijheid, de rust, het geklingel van de schaapjes. Maar niet de waakhonden die de hele nacht blaffen, de hanen die om half vijf denken dat het ochtend is, de houtkachel die de hele avond aandacht nodig heeft. En wat zal ik thuis weer genieten van een verwarmde badkamer!

Nog even de laatste woorden eruit persen nu, dan een laatste avondmaaltje koken en vroeg naar bed; morgenochtend moeten we om zeven uur al op de bus. Ik kijk er toch wel naar uit, het is mooi geweest.