Ongelukkig gevolg

“Een dronk op het bruidspaar!” roept de vader van de bruidegom.

“Op het bruidspaar!” klinkt het in koor. Tientallen glazen steken klotsend in de lucht.

Ella heeft haar ogen op het tafelkleed gefixeerd. Een por in haar zij gebiedt haar ook het glas te heffen. Ze gehoorzaamt met een stijve glimlach. De japon van soepel wit zijde hang losjes om haar lijf. Toch voelt ze zich beklemd. De ventilatoren die een vochtige mist verspreiden, verstikken haar.

De kersverse echtgenoot kijkt haar glunderend aan. “Mijn liefste prinses, ik drink op het geluk dat jij me die dag bij de bron vond en kuste.”

Er glijdt een glibberige vinger over haar wang. Ella rilt. Het kost haar moeite de champagne niet uit te spugen. Met grote ogen kijkt ze naar haar vader op. De koning negeert haar en wanhopig zoekt ze de blik van haar moeder. Daarin vindt ze een meewarige glimlach.

In de hoek van de banketzaal staat haar oude vriendinnengroep. Geertje draait vlug haar gezicht weg wanneer ze merkt dat Ella kijkt.

 

“Had je hem maar niet moeten kussen,” had de jonge hofdame met haar neus in de lucht gezegd toen Ella haar met tranen in de ogen in vertrouwen nam. En dan te bedenken dat juist Geertje en die andere trollen haar altijd aanspoorden een prins te zoeken.

Daarbij heeft Ella haar hele leven lang verhalen gehoord over haar betovergrootmoeder en de kikkerprins. Over hoe hij haar gouden bal opviste, en hoe hij na een kus in een prins veranderde.
Prinses Ella was naar diezelfde bron gegaan, besloop de kikker om hem vol op de bek te pakken. Toen ze haar ogen opende, verstarde ze. Voor haar neus stond nog steeds een slijmerig schepsel.

Genoeglijk schoof het halfdoorzichtige knipvlies over zijn spleetogen. “Een wonder, de profeten hadden het juist! Ons kikkervolk wacht al generaties lang op koninklijk bloed om middels ware liefde onze koninkrijken te herenigen!” kirde het wezen.

Hoe sterk Ella ook protesteerde, niemand had geloofd dat het een vergissing betrof.

Het kwam de koning ter ore – die verraderlijke trollen! – en hij had zijn dochter bij zich geroepen.
“Een prinses komt haar woord altijd na, Ella”, vermaande hij haar. “Je zult deze Vorstijn huwen en daarmee uit.”

 

Ella schrikt op wanneer ze een borrelend geluid naast zich hoort.

Vorstijn gorgelt met de dure champagne en kijkt haar schalks vanuit zijn spleetoogjes aan. “Ben je er klaar voor mijn lief? De profeten voorzien een miljoen dikkopjes.”

Ella perst haar lippen opeen. Een prinses houdt haar woord. Ook als ze nog lang en ongelukkig zal leven. Toch wil ze haar noodlot uitstellen. Op school heeft ze geleerd dat kikkers alleen bewegende voorwerpen zien. Wanneer hun huwelijksnacht aanbreekt, blijft Ella dan ook zwijgend in de fauteuil naast het bed zitten.

Het is onmogelijk dat Vorstijn niet doorheeft dat ze er is. Toch laat hij niets merken.

De prinses kijkt roerloos toe hoe haar echtgenoot uiteindelijk de dekens over zich heen trekt. Hoe lang leeft een kikker?

Een pompoenvertelling

‘Fijne pompoendag!’ schalt het door de klas terwijl de bel nog nagalmt.

Zeyvra grist haar jas van de kapstok en snelt naar huis. Opa en oma zijn er al.

Mama en Zeyvra wonen met z’n tweetjes. Wanneer opa en oma op bezoek komen is dat wel zo gezellig.

Na een uitgebreid feestmaal, verdwijnen mama en oma in de keuken om op te ruimen. Opa neemt zijn plek op de schommelstoel bij het haardvuur. Zeyvra kruipt zoals ieder jaar bij hem op schoot. Opa vraagt: ‘Weet je ook waarom we vandaag pompoen hebben gegeten?’

‘Nee, vertel eens?’ Zeyvra speelt het spelletje mee.

‘Ooit, vroeger, heel lang geleden, waren er mensen die elk jaar hun dankbaarheid wilden tonen voor het land waar ze woonden. Elk jaar slachtten ze daarvoor ontelbaar veel kalkoenen. Die aten ze op.’

Zeyvra gruwelt en trekt een vies gezicht. ‘Waarom deden ze dat, opa?’

‘Omdat ze niet beter wisten, lieverd. Totdat de Grote Kalkoen er genoeg van had en het land deed beven en schokken. Verwoestende golven slokten alles op.’

‘Waar was dat land, opa?’

‘Ver van hier.’ Opa wijst richting het plafond. ‘Een kleine groep mensen wist te ontkomen. Zij stichtten een nieuwe stad die ze Cucurbium noemden.’

‘Dat is waar wij wonen!’ roept Zeyvra verrukt.

Opa glimlacht en kust haar op haar voorhoofd. ‘Inderdaad. De mensen zwoeren nooit meer gevogelte te doden en de Kalkoen zag dat het goed was. Om bij die gelofte te helpen, schonk hij hen een pompoenboom. Eens per jaar, wanneer de Heilige Haan kraait, oogsten we de pompoen om het jaar met een feestmaal te beginnen.’

Zeyvra tuurt met samengeknepen ogen door het venster. In het flauwe schijnsel van het huiskamerlicht, kan ze nog net de knoestige takken zien. De boom is kaal. Zeyvra weet dat de schuur tot de nok toe gevuld is met oranje joekels.

‘En als de mensen het toch weer verpesten?’

‘Oei, kind,’ opa fronst. ‘Dan moeten jullie weer een nieuwe planeet vinden voor Cucurbium II. Maar beter kun je voorzichtig met het land omgaan.’

Zeyvra knikt vastberaden. ‘Ik vind pompoensoep hartstikke lekker.’

Kort op zoek: de donkere dagen na kerst

De donkere dagen na kerst

Wanneer de feestdagen vervlogen zijn en de laatste etensresten weggewerkt. Wanneer er geen herhaling meer is van kerstfilms op tv. Geen bezoek, geen kerkdienst, geen fondue en geen geknal. Dan kruip ik onder mijn deken, verschuil me voor de dagen die wachten.
De smoesjes zijn op.

Eenzame huwelijksnacht

‘s Gravenhage, 15 december 1947

Mijn beste Hendrik, liefste man,

Ja, mijn man, dat ben je nu. Hoewel ik nog aan dat woord moet wennen. Tijdens dit schrijven, vraag ik mij af of je er al weet van hebt een getrouwd man te zijn. Papa heeft me beloofd je onmiddellijk per telegram van de huwelijksvoltrekking op de hoogte te stellen.

Voel jij je nu anders, als echtgenoot, daar in ons verre Indië? Kijk je evenzeer uit naar onze hereniging als ik?

Gedurende de ceremonie kon ik het niet laten reikhalzende blikken op de deur te werpen. Alsof je ieder moment kon verschijnen. Helaas, zo mocht het niet zijn! De handschoen op het altaar bleef onbemand. De woorden van de pater heb ik nauwelijks gehoord. Je oom tekende zonder ommehaal. En dat was het dan, zonder poeha in de echt verbonden.

Nu zit ik hier op mijn kamer, nog steeds niet aan het ouderlijk huis ontsnapt. Een eenzame huwelijksnacht waar die handschoen niet bij kan helpen!

Van de rederij heb ik vernomen dat er na de jaarwisseling gevaren kan worden. Ik zal klaarstaan voor vertrek. Opdat ik je gauw in de armen kan sluiten en ons nieuwe leven beginnen mag.

Je liefhebbende vrouw,

Lientje

Dag 11 + 12 + 13

Voortkabbelen, soms was stroever, dan weer vlot. Net zoals de lucht soms pijpenstelen regent, en soms warme zonneschijn geeft. Mijn verhaal zal na vanavond, de Laatste Avond, 18.000 woorden tellen. Hier in Portugal schreef ik daar 12.000 zo’n van. Toch netjes, als zeg ik het zelf.

Naast de vooruitgang in aantallen, is het ook een bijzondere ervaring geweest. Ik leer veel over mijn relatie met het schrijven. Van wat mij motiveert, inspireert en confronteert.

Terwijl ik vast stofzuig en mijn koffer inpak, denk ik aan alles wat ik missen ga. De vrijheid, de rust, het geklingel van de schaapjes. Maar niet de waakhonden die de hele nacht blaffen, de hanen die om half vijf denken dat het ochtend is, de houtkachel die de hele avond aandacht nodig heeft. En wat zal ik thuis weer genieten van een verwarmde badkamer!

Nog even de laatste woorden eruit persen nu, dan een laatste avondmaaltje koken en vroeg naar bed; morgenochtend moeten we om zeven uur al op de bus. Ik kijk er toch wel naar uit, het is mooi geweest.

Dag 10: Pauze

Even pauze. We moeten niet vergeten dat we in Portugal zijn, meent Evelijn. We nemen ons voor om in Cercal te gaan eten. Wel voor het middageten, want anders moeten we in het donker de boerderij terugvinden. Bovendien hebben we ergens gelezen dat Portugezen hun hoofdmaaltijd ’s middags nemen.

In Cercal wonen zo’n 4.000 mensen. Het hele stadje lijkt rondom de centrale rotonde te zijn gebouwd. Het zijn heuvelachtige straatjes met smalle stoepen en gepleisterde huizen aan weerszijden. Op straat kom je vooral oudere mensen tegen, de korte figuurtjes slenteren langzaam vooruit.

Uit de vijf eethuisjes die we op Google vinden, kiezen we er eentje die de beste reviews heeft. Wanneer we daadwerkelijk voor de deur staan, ziet het er op het eerste gezicht niet zo uitnodigend uit. Gelukkig blijkt de eetruimte achter een klapdeur te liggen. Er staan zoveel mogelijk tafels en het is er flink warm gestookt. Het is immers winter en de Portugezen vinden het koud. Ter verduidelijking: we hebben het over zo’n zeventien graden.

Het hartelijke vrouwtje achter de bar blijkt een Engelse menukaart voor ons te hebben. Maar voordat we die kunnen bestuderen, raadt ze ons al een gerecht met varkensvlees aan. Ze haalt meteen twee vorkjes met stukjes vlees tevoorschijn om te proeven. Ze wijst op de kaart en vertelt dat we er friet bij krijgen. Denk ik tenminste, ik versta er natuurlijk niet veel van. Ja, vinho tinto willen we er ook bij. Ik knik wanneer ze de fles rode wijn in de lucht houdt om te controleren of we elkaar goed begrijpen.

Het eten is lekker, en zeker niet duur. De restjes krijgen we mee naar huis. Met een volle buik waggelen we voldaan naar ons huisje terug. De karaf wijn heeft me wat slaperig gemaakt. Productief ben ik niet meer. Maar ik geniet wel met volle teugen van de kerstfilm die we ’s avonds opzetten. Met een kop warme mokka erbij en verse kastanjes die we op de kachel poffen. Is dit het leven als een god in Portugal?

Dag 10: het vuur laait op

Vandaag schrijf ik duizend woorden. Die komen vrijwel moeiteloos, ik heb zelfs nog tijd om met een boek in handen in slaap te vallen in het zonnetje. En om tussendoor knoflookmayonaise te maken, alvast voor het avondeten.

Ook het vuur van de kachel laait bij de eerste poging al hoog op. Tevreden schenk ik een glaasje wijn in. Doe mij morgen nog maar zo’n dag.

Dag 6 + 7: de confrontatie

Dag 6 kabbelt verder. Flinke schrijfsessies worden afgewisseld met googelen naar Pokemon-spellen. Het weer wisselt tussen zonnig, regenachtig en dikke mist. Een aflevering Boer zoekt vrouw geeft me inspiratie voor mijn soms zoetsappige verhaal.

Maar afgelopen nacht lag ik een tijdje wakker. Er maalden woorden door mijn hoofd. Dat heb ik vaker wanneer ik me in een project verlies.

In de loop van dag 7, het naderend midden van dit schrijfverblijf, kom ik tot nieuwe inzichten. Ik hik tegen bepaalde scènes aan. Het verhaal ligt heel dichtbij mezelf. Te dichtbij misschien. Wat begon als bron van inspiratie, is nu een oceaan van confrontatie. Ik wil niet in de emoties van hoofdpersoon Lise duiken. Ik hoop te hard dat het goed afloopt voor haar. En wat als zij in haar missie mislukt? Wat voor toekomst ligt er dan voor mij in het verschiet?